Bestuursovereenkomst MOG - NBB 2014/2015

Beschrijving: http://www.nbbclubsites.nl/sites/default/files/groepen/7/logo/NBB-districten-Midden-Gelderland.jpg

 

 

 

Bestuursovereenkomst Bridgedistrict Midden en Oost Gelderland – Nederlandse Bridge Bond

 

Het Bridgedistrict Midden en Oost Gelderland, vertegenwoordigd door mw. Mw. Ankie van Randeraat (waarnemend voorzitter) hierna te noemen het district

 

en

 

De ‘Nederlandse Bridge Bond’ statutair gevestigd te Utrecht vertegenwoordigd door dhr. J. van der Kam (adjunct-directeur), hierna te noemen de NBB

 

Deze overeenkomst beschrijft de activiteiten van het district voor seizoen 2014/2015 en de bijdragen van de NBB hieraan.

 

Deze overeenkomst is gebaseerd op de door de ALV aangenomen notitie ‘De plaats van het bridgedistrict binnen de NBB-organisatie’ waarin partijen ook afgesproken hebben verantwoording te willen afleggen over de inzet van middelen verkregen uit subsidies, contributies, schenkingen en sponsorbijdragen.

 

Partijen komen voor het bridgeseizoen 2014/2015 het volgende overeen:

 

1.Organisatorisch

Het district heeft de hierna genoemde functies als volgt ingevuld:

 

Voorzitter:                                               Dhr. Cor Kroot (aftredend)

Secretaris:                                               Mw. Rigtje Roelofs-Zandstra

Penningmeester:                                Dhr. Wim Adriaanse

Clubadviseur:                                        Mw. Ankie van Randeraat

Onderwijsadviseur:                          Dhr. Roelof Santing

DKL:                                                              Dhr. Ronald Versteeg

 

2.Evaluatie voorafgaande afspraken en afgelopen seizoen

Aan deze overeenkomst is het activiteitenverslag van het district over seizoen 2013/2014 aangehecht (financieel globaal aangegeven hoe de ontvangen bijdrage van de NBB is besteed).

 

3.Vrijwilligersbeleid

Clubs en districten zijn vrijwilligersorganisaties. Het is van belang dat diegene die zich binnen NBB-verband voor bridge inzetten worden gewaardeerd en het beleid daarop gericht is.
Bridge-vrijwilligers, zullen in het algemeen niet meer aan het arbeidsproces deelnemen, waardoor de potentiële groep gegadigden groot is. Beleid moet erop gericht zijn dat zij uit hun betrokkenheid bij bridge veel voldoening scheppen.

De sleutels hierbij zijn:

  • sociale contacten,
  • zinvol werk,
  • succes (= taak is duidelijk omschreven en kan worden volbracht. Een kleine taak: kaarten dupliceren, buddy van een nieuw clublid zijn, artikel voor de plaatselijke krant of een grote taak een clubmiddag toevoegen naast de avond of het werven van 8 mensen voor een cursus op de club)
  • waardering.

Het district probeert op club- en districtsniveau bestaande vrijwilligers langs deze lijnen te ondersteunen en maakt daarbij bijvoorbeeld gebruik van de NBB instrumenten:

  1. keien en sturen onderscheidingen
    ( stimuleer dat mensen in het zonnetje worden gezet)
  2. deelname aan de Clubchallenge
    (naast gratis deelname van ‘actuele’ keien/sturen en 2 districtsbestuur paren: stimuleer dat clubs of organisatoren hun ‘goud op de werkvloer’ belonen door een inschrijving te bekostigen)

 

4.Clubondersteuning

Er wordt aan gewerkt dat alle clubbesturen in het district een visie hebben op de toekomst van hun club (hoe ziet de club er over 5 jaar uit)

Er wordt aan gewerkt dat alle clubs met meer dan 100 leden rechtstreeks contact hebben met een bridgedocent die ook bereid is om voor de club bridgelessen te geven met het doel nieuwe leden te winnen én dat deze clubs een programma hebben om beginners op te vangen.

Er wordt aan gewerkt dat clubs bij de opvang van nieuwe leden, aan deze nieuwe leden een begeleider/bridgebuddy toewijzen die hen helpt om de sfeer van de club en het spel te waarderen.

 

Daarvoor geschikte clubs worden gestimuleerd om

  • Een middagclub te beginnen (belangrijk voor de NBB want middag-initiatieven die niet door NBB clubs worden opgezet, leiden al snel tot niet-aangesloten verenigingen);
  • Flexibiliteit voor clubleden te vergroten door te informeren over ‘het driemanschap’, ‘flexibelbridge’, reglementen die absentie niet bestraffen; .
  • Spelpeil verbetering binnen de club (al dan niet in overleg met district) te bespreken.

 

Tenslotte wordt getracht om elk jaar tenminste twee niet bij de NBB aangesloten verenigingen te bezoeken en daarbij kennis te delen (hoe doen jullie dit, hoe doen wij dit). Doel is het opbouwen van een goede verstandhouding. Lidmaatschap is een kwestie van gunnen, dat kan alleen in een plezierige sfeer.

 

5.Onderwijs en kaderbeleid

Het district bevordert dat clubs met meer dan 100 leden gekoppeld zijn aan een bridgedocent (zie ook 4).

Het district is de NBB behulpzaam bij het verzamelen van informatie over bridgelessen die in het district gehouden worden (wie, waar, hoeveel cursisten).

Het district (zal samen met de NBB), clubs behulpzaam zijn om een goede opvang van bridgecursisten op de club te organiseren.
Het district zal (waar gewenst samen met een collega district) een toekomstdrive organiseren, waarvan de deelnemer gegevens(incl. mail adres!) aan de NBB worden verstrekt.

 

Het district bevordert dat elke club tenminste twee personen heeft die voldoende kennis hebben van het NBB-Rekenprogramma, twee personen die met de NBB-clubsites goed overweg kunnen, er personen op elke club zijn die het CLA en/of het CLB examen hebben gehaald. Zo nodig organiseert het district hiervoor (NBB-)workshops.

Voor bestaand kader bij de clubs organiseert het district een kader(mid)dag om kennis uit te wisselen en te delen.

 

6.Districtscompetitie-aanbod

Het district organiseert tenminste een districtsparencompetitie en een competitie voor teams. Voorts wordt het districtscompetitie-aanbod zelf bepaald, waarbij aandacht wordt gegeven aan de groeiende behoefte om overdag aan wedstrijden deel te kunnen nemen.

 

 

7.Maatwerkbepaling

Nader in te vullen n.a.v. het gesprek.

 

 

8.Vergoeding van de clubs en bijdrage NBB

De NBB ondersteunt het district door jaarlijks bijeenkomsten te organiseren voor de voorzitter, DKL, clubadviseur en onderwijsadviseur. Belangrijk hierbij is om onderling kennis en ervaringen te delen.

Daarnaast is de NBB beschikbaar voor alle functionarissen om waar mogelijk te adviseren en ondersteunen. Bij voldoende vraag zal er gekeken worden naar oplossingen of ontwikkeling van nieuwe producten.

 

Het district hanteert geen districtsvergoeding.
Teneinde districten in staat te stellen de eigen taken van het district uit te voeren, alsmede inhoud te geven aan de hierboven omschreven onderdelen ontvangt het district een bedrag van € 3.500,- gebaseerd op 57 verenigingen in 2013.[1]

Aanvullend komt het district dit seizoen in aanmerking voor een flexibele vergoeding voor de toename van clubleden en/of competitieteams binnen het district. Deze flexibele vergoeding bedraagt voor deze overeenkomst € 176,-.

Het district ontvangt in totaal een bedrag van € 3.676,- voor het bridgeseizoen ondervoorwaarde dat deze overeenkomst door beide parijen tijdig is getekend. Indien de overeenkomst niet gedurende het seizoen waarvoor het is geschreven is getekend, vervallen de aanpraken van het district op voornoemde bedragen.

 

Deze overeenkomst wordt voor de start van het volgende bridgeseizoen geëvalueerd door het overleggen van een verslag van het district, waarin activiteiten en bestedingen van het district over de betreffende periode worden verantwoord.

 

Aldus overeengekomen op   …….............   2014 te    …………………….

 

 

 

 

 

                                                                                                      

dhr. J. van der Kam                                                           Mw. Ankie van Randeraat

adjunct-directeur NBB                                                   wnd. voorzitter Bridgedistrict Midden en Oost Gelderland

 

 

 

Bijlagen:

-         Rapportage District Midden en Oost Gelderland

-         Verslag gesprek NBB en District Midden en Oost Gelderland, 8 oktober 2014

 

 

 

 

[1]      Aantallen zijn gebaseerd op het NBB jaarverslag 2013.